Heel Nederland uitdagen om minder voedsel weg te gooien. Dat doen we van 7 tot en met 13 september tijdens de Verspillingsvrije Week. Een week die nog steeds hard nodig is, want Nederlanders verspillen gemiddeld zo’n 33 kilo voedsel per persoon per jaar. Op onze locaties werken we daarom actief aan het voorkomen van voedselverspilling: van slim inkopen en koken tot meten, analyseren en bijsturen. We doken in de cijfers en laten je in dit artikel een aantal inspirerende voorbeelden zien.
Binnen Hai meten locaties hun verspilling structureel. Die inzichten helpen teams om slimmer te plannen, nauwkeuriger in te kopen en beter aan te sluiten op wat gasten daadwerkelijk eten. Zo ontstaat een cultuur waarin verspilling steeds verder wordt teruggedrongen.
Slim plannen, slim inkopen
Zo wist ECT Euromax Terminal in Rotterdam de voedselverspilling terug te brengen van 13 procent bij de eerste meting naar 7 procent nu. Volgens Robbert Vermeulen zit de winst vooral in een combinatie van gerichter bestellen, kleinere voorraden aanhouden en meer à la minute bereiden. Producten die richting hun houdbaarheidsdatum gaan, krijgen sneller een nieuwe bestemming en in het weekend wordt bewust gewerkt met restverwerking. Daarbij durft het team ook keuzes te maken. “We zijn niet bang dat iets een keer op raakt, zolang we gasten een goed alternatief kunnen bieden.”
Bij Kruitbosch Zwolle zwaait Wendy de Vries in haar eentje de scepter. Zij wist de verspilling van 23 procent naar maar liefst 6 procent terug te brengen. Haar aanpak is eenvoudig, maar vraagt zorgvuldigheid. “Ik kijk heel bewust naar wat ik bestel. Eigenlijk kook ik zoals thuis,” vertelt ze. “Je kijkt wat je nog hebt liggen en bedenkt daar een gerecht omheen.” Zo gebruikt ze bijvoorbeeld overgebleven pesto of geroosterde kip in een nieuw gerecht en maakt ze liever later nog een paar extra broodjes dan vooraf te veel. Ook schrapte ze producten die nauwelijks werden verkocht. “En ik koop zo min mogelijk voorgesneden producten, dat is ook nog eens veel voordeliger.”
Elk ingrediënt verdient een tweede kans
Aan de andere kant zijn er locaties die al jarenlang bijzonder laag scoren. Zo schommelt de verspilling bij ASR in Utrecht al jaren tussen 1,8 en 2,4 procent. Dat komt onder meer doordat reststromen slim een tweede bestemming krijgen. Overgebleven ingrediënten uit maaltijdsalades en pokébowls worden verwerkt in de saladebar en andere afdelingen, zoals de banqueting, maken gebruik van restanten groenten en beleg. Ook hier geldt dat nauwkeurig voorspellen hoeveel gasten er komen essentieel is. “We maken liever à la minute extra broodjes bij dan dat we aan het einde van de lunch iets moeten weggooien,” vertelt Touda Benchaddour. Eventuele gerechten die toch overblijven krijgen via de good-to-go-tasjes alsnog een bestemming.
Ook Ahold DC Zaandam blijft structureel rond de 2 tot 3 procent verspilling. Volgens Hetty Osseweijer helpt het dat de locatie dag en nacht open is. Daardoor kunnen producten die tijdens de ene uitgifte overblijven vaak nog tijdens een volgende opening worden verkocht. Het team bouwt tijdig af met hoeveelheden en bakt aan het einde van een service bewust minder af. “Liever dat een gast even moet wachten, dan dat we producten moeten weggooien.” Daarnaast is restverwerking een vast onderdeel van de dagelijkse werkwijze. Producten die op datum komen, krijgen een tweede leven in een broodje, maaltijdsalade of warme snack.
Minder verspillen in elke omgeving
Dat minder verspillen overal mogelijk is, blijkt ook uit andere segmenten. Op een aantal locaties van Center Parcs wordt gewerkt met Orbisk-weegschalen die voedselverspilling nauwkeurig registreren. Die data helpt teams om patronen te herkennen en gericht verbeteringen door te voeren.
De Verspillingsvrije Week laat zien dat kleine keuzes samen een groot verschil maken. Dankzij de inzet van onze medewerkers wordt voedselverspilling elke dag een beetje kleiner.
